Met een raar gevoel in mijn buik word ik, ruimschoots voor de wekker, wakker in een hotel in Schiedam. Het ligt niet aan het eten van gisteren en ook niet aan mijn donker rode ontlasting. Dat is het gevolg van een overdosis bietensap. Nee, het zijn gewoon ouderwetse zenuwen.

.... Lang geleden dat ik zo kapot ben gegaan. Het sjokken wordt strompelen en meerdere malen word ik aangesproken met de vraag of het wel goed met me gaat. Ik mag er dan verslagen uitzien, maar ik voel me beter dan ooit!


Rotterdam2021 4
Foto: 'Staat Bierum weer mooi op de kaart', aldus Harmen op FB.


Met een raar gevoel in mijn buik word ik, ruimschoots voor de wekker, wakker in een hotel in Schiedam. Het ligt niet aan het eten van gisteren en ook niet aan mijn donker rode ontlasting. Dat is het gevolg van een overdosis bietensap. Nee, het zijn gewoon ouderwetse zenuwen.

Ik heb mijn camper op de parkeerplaats van het hotel staan, zodat ik gisteren zelf kon koken ipv het marathonmenu van het hotel te nuttigen. Ook het fruitontbijt heb ik zelf meegebracht. De ontbijtzaal is voor het grootste deel gevuld met marathonlopers. Zouden ze ook zo zenuwachtig zijn? Het is lang geleden dat ik een drukke stadsmarathon gelopen heb. Ik denk dat Wenen in 2013 mijn laatste was. Toen was ik wel klaar met die drukte. Daarna vooral wat minder drukke marathons gelopen. Maar vandaag ga ik weer op pad met ruim 10.000 andere marathonlopers.

Als ik klaar ben, heb ik nog minstens een uur de tijd om me nog zenuwachtiger te maken, voordat ik richting metro moet. De zenuwen zijn er vooral omdat ik weer een keer onder de drie uur wil lopen. De laatste poging bij de Berenloop in 2019 viel me zwaar en daar was ik 1 minuut en 51 seconden te langzaam. Ik mag dan meerdere malen onder de drie uur hebben gelopen, maar de jaren gaan tellen en het is al lang niet meer vanzelfsprekend dat ik het maar even doe. Ik mediteer wat op het zenuwachtige gevoel waardoor het langzaam verdwijnt.

Op naar de Coolsingel. Wat een drukte al op het metrostation als ik uitstap op de Beurs. Een indrukwekkend gezicht. Al die lopers, allemaal met hun eigen verhaal en doelen voor deze dag. Allemaal hebben ze er heel wat trainingen opzitten en voor velen is het de eerste keer dat ze een marathon lopen. Al snel kom ik mijn mede LB-strijders tegen. Bram die ongetwijfeld zijn PR gaat verpulveren en vader en zoon Stam. Erik die onder de 5 uur wil duiken en Harmen die na al zijn gebadder, weer wat vaker op het droge traint gaat niet voor een PR maar voor het “lekkere” gevoel. Ook ik ga niet voor een PR. Dat is teveel gevraagd maar alles onder de drie uur is goed. Voor de prachtige 2:59:59 die Erik van Dijken hier ooit liep, teken ik.

Één van de redenen dat ik geen grote stadsmarathons meer liep was ik even vergeten: De drukte en chaos om in je startvak te komen. Ik moet naar Wave 1, vak C. Dat blijkt nog geen sinecure. Hoe kom je in vak C. Met de ellebogen werk ik me naar voren door het startveld, tot ik eindelijk bij vak C aankom. Hier is het wat rustiger en kan ik zelfs nog een beetje inlopen.

Dan is het bijna tijd en verschijnt Lee Towers op een hoogwerker. Het is zijn trouwdag. Iets wankel brengt, de ondertussen 75 jarige, Lee het “You never walk alone” ten gehore. De start maakt me emotioneel. Hier staan we dan. Ruim 10000 lopers, de vele toeschouwers en de bejaarde (sorry Henk) Towers met zijn iconisch nummer. We gaan het doen. Ieder heeft zijn eigen uitdaging. Wij strijden niet tegen elkaar, maar met elkaar en proberen het beste uit ons zelf te halen. En we zijn voorbereid om diep te gaan als het nodig is. Oude kledingstukken worden uitgetrokken en over de hekken geworpen. Er is zelfs eentje die zijn badjas uittrekt.

De 3 uur pacers staan aan de andere kant van de trambaan. Het kanonschot klinkt en we gaan van start. Meteen een kleine beklimming. De Erasmusbrug is afgeladen met enthousiaste toeschouwers. Als na enkele kilometers de beide stromen worden samengevoegd, loop ik achter de hele grote groep met de 3 uur pacers voorop. De groep loopt tempo 4:10. Beetje snel voor een 3 uur tijd denk ik, maar precies het tempo dat wel lekker voelt. Wat een feest om in zo’n grote groep te lopen. Het gaat bijna vanzelf. Soms even opletten bij versmallingen. Ik stap zelfs een keer op een tak maar blijf overeind.

Er is alleen één ongemak. Na de eerste kilometers voel ik de druk op mijn blaas al. Dit ga ik niet redden zonder een plaspauze. Ik probeer het zolang mogelijk te negeren maar bij 19 km zie ik zulke mooie bosjes. Ik stop en plas voor een eeuwigheid (45 seconden). Als je stopt moet je het ook goed doen anders moet je zo weer. De groep heeft natuurlijk niet op mij gewacht. Ik begin aan de achtervolging en zie 3:55 op mijn horloge verschijnen. Das misschien niet zo verstandig, en vervolg de achtervolging in een iets rustiger tempo. Ik passeer de halve marathon in 1:28:52. Dat betekent dat ik niet teveel mag verzwakken in de tweede helft. Als ik eindelijk weer aansluiting vind, voel ik me nog steeds goed. Na 30 km beginnen de pacers zich te realiseren dat ze wat voor liggen op schema en laten ze langzaam het tempo zakken. Dit gaat voor mijn gevoel te langzaam en als blijkt dat de man met de hamer niet bij 32 km staat, maak ik me los van de groep en pak het tempo van 4:05 op. Ik voel me sterk. Dit is een heerlijk gevoel. Rennen gaat vanzelf. En de toeschouwers maken me vrolijk.

Als je hem niet meer verwacht is hij daar toch opeens. Hij heeft zich, met een gigantische hamer, gepositioneerd bij 36 km. Ik stop heel even met lopen. Spreek mezelf toe en ook de toeschouwers spreken me moed in. Ik zet me weer in beweging en denk aan de “pain cave” van de Amerikaanse ultraloopster Courtney Dauwalter, de beste ultraloopster van dit moment.

Haar strategie is eenvoudig. Blijf in de pijngrot en omarm de pijn volledig en ervaar hoe pijnlijk de ervaring is. Het herinnert je eraan dat je hier uit vrije keuze bent, en dat je, om in deze pijnlijke fysieke toestand te geraken, heel veel moeite hebt gedaan. Tijd om te vieren dat je eindelijk in de pijngrot bent en de mogelijkheid hebt om op verkenning uit te gaan.

Rotterdam2021 5
Foto: Rieka bij 41km punt; 'Edward in zijn pijngrot'

Ik doe mijn best om de pijngrot te verkennen en zolang de benen nog bewegen is het goed. Ik haal veel lopers in. Dat geeft altijd een goed gevoel. Als ik op de klok bij 40 km punt zie ik dat ik nog zo’n 12 minuten heb voor de laatste 2200 meter, wordt het toch nog gezellig in de pijngrot. Als ik zo blijf doorploeteren haal ik de sub 3 uur makkelijk. Opeens hoor ik mijn naam. Barry Bronsema (2.56.13) haalt me in en moedigt me aan om met hem mee te gaan. Ik doe mijn best, maar voor mijn gevoel sta ik stil. Maar dat valt achteraf reuze mee. Barry liep de laatste kilometers dik onder de 4:00, vandaar dat ik het gevoel had dat ik inzakte, terwijl de laatste kilometers mijn snelste kilometers zijn.

Ik heb me voorgenomen om de laatste meters op de coolsingel niet, zoals ik meestal doe, als een gek te rennen maar een beetje te genieten van de finish. Maar het publiek is niet meer dan een prachtige waas. Het is veel te leuk in mijn pijngrot en ik geef nog even alles.

Na de finish spreek ik Barry nog even en nog enkele voor mij onbekende lopers. Dan begint het sjokken naar het plein waar mijn tas ligt. Lang geleden dat ik zo kapot ben gegaan. Het sjokken wordt strompelen en meerdere malen word ik aangesproken met de vraag of het wel goed met me gaat. Ik mag er dan verslagen uitzien, maar ik voel me beter dan ooit!

Groeten van Edward.

Maak je eigen LB-account!

Inloggen voor LBers