Verslag ULTIMATE-trail, Lake District, Engeland, 14 september 2013
Geschreven door Edward   
Ik twijfel. Zal ik ze bij de wedstrijd aandoen? Voor de zekerheid stop ik mijn vertrouwde Brooks Puregrit in de dropoff bag voor het 50 km punt. Kan ik altijd nog wisselen mocht het niets zijn....

En het was dan misschien geen 100 kilometer maar ik heb 60 kilometer heerlijk mogen rennen door de bergen van Lake District.


Lake district.
 
100 km, 4,5 km hoogtemeters. Ik weet van de vorige keer dat we hier waren hoe moeilijk de trails naar de toppen kunnen zijn. Vanessa heeft zich "slechts" voor de 50 km ingeschreven, maar de herinnering aan de vorige keer is voor haar voldoende om dit keer niet te starten.
 
Schoenen. Ik heb er meer dan de meeste dames al zijn de mijne allemaal hardloopschoenen. Nu ik vaker trails loop gaat er een hele nieuwe schoenenwereld voor mij open. Niet elke trail heeft dezelfde ondergrond. Hier zijn het vooral losse scherpe stenen, grote keien en blubber. Over de oversized Hoka One One schoenen had ik al wat gelezen. Het tegenovergestelde van wat ik gewend ben. Ipv minimalistisch zijn het maximalistische schoenen. Vooral ultra traillopers zweren erbij. Ze zien er niet uit maar ze zijn licht en zero drop, dwz dat er geen hoogte verschil tussen voorvoet en hiel zit. Moeilijk verkrijgbaar in Nederland maar hier in Engeland volop aanwezig. Ik koop een paar en test ze een dag voor de wedstrijd even uit. Vol over de stenen afdalen voelt heel comfortabel. Ik twijfel. Zal ik ze bij de wedstrijd aandoen? Voor de zekerheid stop ik mijn vertrouwde Brooks Puregrit in de dropoff bag voor het 50 km punt. Kan ik altijd nog wisselen mocht het niets zijn.
 
Vrijdag parkeren we onze camper op de parkeerplaats bij "the Brockhole Visitors Centre". Hier is morgenochtend om 6 uur de start. Ook kan hier vandaag het startnummer opgehaald worden en is er vanavond de verplichte veiligheidsbriefing. We zijn van plan om vannacht hier op de parkeerplaats te overnachten zodat ik morgenochtend zo naar de start kan lopen. Al snel blijkt dat we niet de enige campers op de parkeerplaats zijn. Minstens tien camperbusjes tellen we. Soms bestaat een camperbusje uit niet meer dan twee stretchers achterin de laadruimte. Net zoals in Duitsland en België mag je in Engeland gewoon op een parkeerplaats overnachten in je camper. Ook is er bij de start een kampeerplaats voor tentjes geregeld voor de deelnemers.
 
Het startnummer krijg je pas als je "kit" goedgekeurd is. Behalve dat mijn fluitje even onvindbaar is, voldoet mijn rugzak met inhoud aan de eisen en krijg ik mijn startnummer en een elektronische registratiekaart. Deze moet ik bij elke checkpoint/feedstation laten scannen. Na de veiligheidsbriefing om 20:00 uur gaan we meteen slapen. Wekker op kwart over vier. Ik slaap ondanks de zenuwen goed en word een paar minuten voor de wekker wakker. Ik hoor al rumoer op de parkeerplaats van de andere ontwakende deelnemers. Als het bijna tijd is om te starten en ik genoeg gegeten heb, checkt Vanessa het weer. Koud en donker is haar conclusie. Ik doe muts, handschoenen, thermo en windjack aan. Als het hier al fris is, is het in de bergen zeker fris. Ik prop nog wat luchtigere kleding in mijn rugzak en het is zover. Ik moet gaan. Hoofdlampje op en ik loop onwennig op mijn super zachte Hoka's naar de start. Ik ben niet de enige op Hoka's. De Britse kampioen op de 100 kilometer en winnaar van de Lakeland marathon die ik eerder dit jaar liep heeft ze ook aan. Ik schaar mij achter de favorieten en heb er zin in.
 
Na een klein rondje langs het meer komen we weer langs de start waar Vanessa me aanmoedigt, voordat ze ongetwijfeld weer heerlijk onder de warme dekens in de camper kruipt. Dan gaat het echt beginnen. Meteen een fikse klim. Mijn lampje geeft genoeg licht en ik klim ontspannen omhoog. De schoenen geven een rare sensatie. Ik voel geen enkele steen. De eerste afdaling gaat goed. Ik "vlieg" over de stenen. Ik laat me inspireren door sommige Engelsen die met veel lef over de stenen springen. Dat wil ik ook. De eerste "leg" gaat voorspoedig en voor ik het weet, moet ik een schuur in waar mijn registratiekaart gescand wordt en tafels met eten en drinken staan. Helaas geen sportdrank, maar cola en onrijpe bananen. Zo onrijp dat het schillen al moeilijk is. Maar ik eet er toch maar eentje. Verder liggen er nog wat baksels waar ik nog maar even niet aan begin. Ondertussen is het licht geworden en ik berg mijn lampje op en ga er weer vandoor. Er volgt een lange klim waarvan het eerste stuk voornamelijk over asfalt gaat. Dat is saai. Ik realiseer me dat hoe moeilijker de ondergrond, hoe minder je met afstand bezig bent. Je hebt dan al je aandacht nodig voor het lopen. Maar deze klim is saai en ik ben blij als we weer de trails opgaan.
 
Ondertussen lopen we nog steeds in de schaduw. Ik zie de zon schijnen op de bergen naast ons. Net als ik geniet van de omgeving en wat minder oplet waar ik loop, gebeurt waar ik al bang voor was. Ik verzwik mijn rechter enkel. Dat is een bekend nadeel van de Hoka's. Ik vloek en ga even op de grond zitten. Een medeloper vraagt of ik hulp nodig heb. Ik zeg dat het mijn enkel is, maar dat ik wel door kan lopen. Na de ergste pijn gaat het wel weer en ik probeer het te vergeten. Het tweede checkpoint komt sneller dan ik dacht. Ditmaal een tent onder aan een berg. Even scannen, een stukje onrijpe banaan en terug de berg op. Ik loop een stukje samen met de eerste vrouw. Ze heeft stokken. Ik heb veel lopers met stokken gezien en begrijp nu wel dat het op dit terrein erg handig kan zijn. Maar voordat ik er voordeel van heb zal ik toch moeten trainen met stokken en waar ga ik dat doen?
 
Het derde checkpoint is bij een oude schuur. Ik herken de dame die mijn "kit" heeft gecontroleerd. Ze zijn hier net als bij alle posten erg behulpzaam en vriendelijk. Ik heb er bijna ongemerkt al ruim 30 km opzitten en voel me kiplekker. Na een wederom heftige lange beklimming worden we bovenop de berg begroet door een marshall. "Goodmorning, you reached the top. It's a lovely day to run. Wish I could run today. You're heading for the sun now". Eindelijk de beloofde zon. Het kan wat mij betreft niet warm genoeg zijn op deze tocht. De voorspellingen voor morgen zijn regen en harde wind. Dat heeft misschien ook wel wat, maar ik geef de voorkeur aan de zon! Ik weet niet zo goed meer welke beklimmingen wanneer waren. Ik geniet van het lopen en de omgeving. Soms is de route wat onduidelijk. Ik wacht dan op een andere loper om vervolgens samen een keuze te maken. Een paar kleine missers daargelaten, gaat het wat betreft de route best goed.
 
Als ik bij een beklimming soms even wandel, komt een gebrilde loper me telkens voorbij. Hij schuift al rennend de berg op en heeft er duidelijk plezier in. "I was getting bored running on the tarmac", zegt hij als hij me passeert. Maar bij het afdalen is hij nog meer een mietje dan ik en haal ik hem weer in. Hij loopt op de meest minimalistische Merrel schoenen. Wat een tegenstelling, de Hoka's en de Merrel's. Achteraf blijkt ook hij de verkeerde keuze te hebben gemaakt. Hij moest de strijd staken doordat hij keihard op een steen is gestapt en zijn middenvoetsbeentje brak. "Not a very important bone but very painfull", zoals hij mij later vertelde.
 
De checkpoints zijn veelal in de dorpjes en dat betekent vaak een stukje asfalt om er te komen. Als ik op asfalt loop, haal ik weer wat lopers in die toch nog meer lef in het afdalen hebben dan ik. Ook de loper de mij hulp aanbood toen ik door mijn enkel ging. Als ik hem passeer, vraagt hij hoe het met mijn enkel is. Ik antwoord dat ik weer loop en er verder niet meer aan denk. Terwijl ik het zeg voel ik dat het niet echt ok is, maar ik kan nog rennen. Bij het vierde checkpoint op ongeveer 40 km is weer van alles te eten. Maar om nou een wit broodje met spek te gaan eten? Of een zakje chips? Nee, dan maar weer een onrijpe banaan. Een vrijwilliger, die vraagt of hij nog wat voor me kan doen, laat ik één van mijn flexibele waterflesjes met cola vullen. Dat gaat niet echt goed. Het schuimt en hij gaat naar de keuken en komt terug met een vol opgeblazen waterflesje. Zodra ik een slokje wil nemen krijg ik een shot koolzuur in mijn keel.
 
Op naar het 50 km punt waar mijn tas, met oa lekkere blauwe besjes, op me staat te wachten. Er volgt een prachtige klim en een heerlijke run over de grasvelden tussen de schapen bovenop de bergen. Al wandel ik zo nu en dan bij het klimmen, ik ren meer dan in Zwitserland. De marathonafstand leg ik net onder de vijf uur af. Op deze manier kan ik uren lopen zonder moe te worden. Het tempo is niet hoog maar ontspannend, de omgeving inspirerend. Ik wil voor 13:00 uur op het 50 km checkpoint zijn. Dan ben ik 7 uur onderweg en zou ik net voor het donker kunnen finishen. Dat gaat makkelijk lukken, denk ik, maar de berg die we nu moeten beklimmen is heftig. Stokken waren wel handig geweest. Regelmatig heb ik mijn handen nodig bij het klimmen en is het zoeken naar een pad. De afdaling is uitdagend en ik krijg er steeds meer vertrouwen in. Maar na 50 km zit ik nog op de berg. De helft is hier niet echt de helft. Dit soort trail wedstrijden zijn nooit exact. Meestal een paar kilometer meer, maar om nou een 106 km wedstrijd uit te schrijven. Alles in de buurt van de 100 is een 100 km wedstrijd.
 
Na ruim 54 kilometer ben ik "halverwege". Ik eet mijn besjes waar ik zo naar verlangde in no time op. Een paar zelfgemaakte repen werk ik naar binnen en heb nog honger. De noodles die ze hebben vertrouw ik niet en neem een soepje. Ook eet ik nog iets waarvan ik niet weet wat het is maar het is lekker zoet. Ik wissel mijn kleren en doe een thermo met korte mouwen aan. Windjas uit. Als ik mijn Brooks Puregrit schoenen zie, twijfel ik even maar ik voel me nog zo fit. Die Hoka's zijn best comfortabel, al zitten ze wel een beetje krap na 50 kilometer. Ik laat ze aan. Ook omdat mijn voeten al helemaal nat zijn heb ik niet echt zin om ook dat nog te wisselen. Ik zie wel dat mijn rechter enkel een beetje dikker is dan mijn linker. Ik sjor mijn schoenen nog even goed vast.
 
Helemaal weer fris en gevuld vertrek ik. Nu gaat het pas beginnen. Ik maak een praatje met een loper die nu al weet dat dit de eerste en de laatste keer is dat hij honderd loopt. "It looked like a perfect excuse to be away from the wife and kids for a weekend". Ik hoop voor hem dat hij dat niet echt meent. Na een paar honderd meter asfalt begint de klim. Eerst ook nog op asfalt maar al snel klimmen we over een trail, waar rennen bijna onmogelijk is. Ik wissel enkele meters rennen af met lopen. Soms voelt het rennen even lekker en glij ik naar boven. Elke keer als ik weer een loper inhaal, krijg ik meer energie. Het is een hele lange klim. Als ik eindelijk de top zie, ren ik geconcentreerd naar boven, klauter over een muurtje en mag dan afdalen. Ik zie een mooie trail. Redelijk grote stenen. Dit gaat leuk worden. Ik stort me naar beneden. Opeens realiseer ik mij dat ik het hele pad kan overzien en dat ik slechts wandelaars zie. Geen enkele loper. Ik twijfel en wacht toch maar even. Ik heb vlak voor de top nog 2 lopers ingehaald. Die zouden nu toch wel op de top moeten zijn? Als ik niemand achter me zie klim ik maar weer omhoog. Als ik boven ben zie ik dat ik toch weer een afslag gemist heb. Ik ren terug en vervolg dit keer de goede weg. Een grasachtig, blubberig en met keien bezaaid pad langs de top van de berg. Het is redelijk vlak dus ik zet nog s aan. Ik zie dat ik al op 60 km zit. Dacht dat daar een checkpoint zou zijn. Maar we zijn nog niet eens beneden. Dan zet ik mijn rechtervoet op een dun stukje gras en verzwik mijn enkel opnieuw. Ik laat me vallen en pak met beide handen mijn enkel. Alsof daarmee de pijn weg zal gaan. Ik verzeker behulpzame lopers ervan, dat het mijn enkel is en dat ik wel door kan lopen. Als ik eindelijk weer sta en een paar stappen probeer, verzwik ik hem opnieuw. Dit keer weet ik dat het over is. Het voelt alsof mijn voet is dubbel geklapt. Ik krabbel overeind en hinkel verder. Het checkpoint kan niet ver meer zijn. Alleen nog even afdalen. Deze afdaling is, hoor ik later, de moeilijkste van allemaal. Met een verzwikte enkel lijkt er geen eind aan te komen. Soms ga ik zitten en laat me voorzichtig van een steen afzakken. Steeds meer lopers halen me in. Een enkeling doet een poging om te rennen. Maar het is bijna onmogelijk. Om de pijn te vergeten, ga ik soms even zitten en kijk om me heen. Observeer de lopers die geconcentreerd afdalen. De afdaling gaat vlak langs een waterval. Het geluid is rustgevend. De lopers die me passeren zijn vriendelijk en ik zie ze op een rare manier genieten: je wil niets liever dan beneden zijn maar ondertussen is het genieten om hier te kunnen rennen. Het is een lange afdaling en als ik eindelijk beneden ben en met een trappetje over een muurtje klim sta ik op een grote autoweg. Geen sign te bekennen. Mijn rechterschoen knelt nu wel erg. Mijn voet is duidelijk opgezet. Ik klauter terug en twee lopers komen me tegemoet. We overleggen en besluiten om toch maar de autoweg te volgen want het checkpoint, weten ze me te vertellen, is in het dorp. Na een kilometer zien we weer vlaggetjes onderaan de berg. We hebben de route weer gevonden. Nadat ze over het muurtje geklommen zijn, helpen ze mij ook over het muurtje. Ik verzeker ze ervan dat ik rustig aan het checkpoint wel kan bereiken en ze vervolgen hun weg. Als ik weer een stukje moet afdalen over een redelijk vlak pad met losse stenen probeer ik weer te rennen. Het gaat, maar zeker niet van harte. Ik ga stoppen. Zo kan ik geen berg meer over. Na 64,5 km is daar eindelijk het zesde checkpoint. Ik meld dat ik ga stoppen en ze vertellen me dat ik snel naar de start gebracht kan worden. Er zit ondertussen ook al een andere loper te wachten op een lift naar de start.
 
Het wachten duurt wel erg lang. Ik heb uit pure ellende zelfs twee zakjes chips opgegeten. Nog steeds komen er lopers langs. Veel van deze lopers zullen in het donker finishen. Het lijkt erop dat ik tot minstens 19:00 uur moet wachten. Dan sluit deze post. Ik zit hier al vanaf 14:30 uur. Deze post is, in tegenstelling tot de meeste, in de buitenlucht. De andere zijn in een schuur of dorpshuis. Ik krijg het koud en trek de verplichte regenkleding maar aan. Ik zie dat het prijskaartje nog aan mijn regenbroek hangt. Ondertussen wordt mijn enkel steeds dikker. Hij zou gekoeld moeten worden maar er is geen EHBO post.
 
Aan de telefoon, die we verplicht mee moesten nemen heb ik niet veel. Het bereik is slecht. Ik strompel wat rond in de hoop bereik te krijgen zodat ik Vanessa kan bellen. Als ik eindelijk wat bereik heb probeer ik Vanessa te bellen. Na meerdere telefoontjes, die telkens na een paar zinnen verbroken worden, lijkt het erop dat Vanessa weet waar ik ben. De verplichte kaart van de route die ik mee moest nemen, ben ik vergeten en ligt nog in de camper. Dat komt nu mooi uit. Met behulp van deze kaart gaat Vanessa mij proberen te redden. Wat ben ik blij als ik een witte camper met Nederlands kenteken aan zie komen. Als ik de andere wachtende loper ophaal, arriveert er net een dame die ook stopt. Zij heeft geluk en kan meteen mee. Na ruim 3 uur wachten mag ik eindelijk weg. Als ik door had kunnen lopen was ik al bijna gefinisht.
 
Als ik bij de finish mijn registratiekaart inlever, krijg ik toch nog een t-shirt voor de moeite. Het was nog maar een kleine 40 kilometer. Ik had nog heel veel tijd. Maar als ik mijn enkel bekijk, was het beter om te stoppen. Afzien in een wedstrijd is niet erg, maar om nog bijna een marathon strompelend over de bergen te moeten afleggen alleen om te finishen is niet waarom ik ren. Er komen nog genoeg mooie uitdagingen. Eerst maar even herstellen. Over drie weken wacht een andere onafgemaakte klus. Een zes-uurs-loop. Daarna nog wat trails in Nederland afwerken zodat ik volgend jaar klaar ben om opnieuw de bergen in te gaan. En het was dan misschien geen 100 kilometer maar ik heb 60 kilometer heerlijk mogen rennen door de bergen van Lake District.
 
Groet,
Edward.

Zie ook deze artikelen:
Nieuwere artikelen:
Oudere artikelen:

 
© 2000-2020  Loopgroep Bedum, webmaster Peter v.d. Hulst